Een marathon uitlopen is knap, maar uitstappen misschien nog knapper.

Afgelopen zondag was het zover. Het had DE dag moeten worden van de marathon van Rotterdam. Mijn Dag!!

De dag waar alles het afgelopen half jaar om draaide en waar de rest van het gezin in de (familie)agenda best vaak concessies voor heeft moeten doen. Voor het besluit om mee te doen liep ik al regelmatig halve marathons in training of wedstrijden dus het uitbouwen van de kilometers kon vanaf dat punt mooi beginnen.

Het plan was dus gemaakt en midden in de winter was ik soms op onmenselijke tijden bezig met het uitbouwen van het aantal te lopen kilometers. Prachtig vond ik het om op een zondagochtend als de rest van het gezin nog diep in slaap lag om 7 uur naar buiten te gaan om de gevraagde kilometertjes in de polder weg te stampen. De winter had op mij geen invloed en ik weet inmiddels dat de IJssel en de Rotte er in dit jaargetijde er op hun mooist uitzien. Het stijgende aantal kilometers ging mij op zich vrij gemakkelijk af en door vrienden werd ik op feestjes die ik overigens sinds 1 januari alcoholvrij beleefde al gekscherend de witte (blanke) Keniaan genoemd. Natuurlijk heb ik in de aanloop naar deze dag wat pijntjes en onzekerheden gekend, maar dat schijnt er bij te horen en mocht de voorpret niet drukken.

De grote dag brak aan en afgelopen zondag stond ik dus met goede moed in het zonnetje klaar in wave 3 van het startvak. Dat zonnetje en de voorspelde temperatuur hadden mij al doen besluiten dat het doel voor deze dag zou zijn om de finish te halen en dat tijd niet zo belangrijk zou zijn. Het was tenslotte mijn eerste marathon.

De start was prachtig en de eerst kilometer over de Erasmusbrug vergeet ik echt nooit meer. De ervaring die ik mee kan nemen naar een volgend jaar is dat langzaam beginnen op dit moment van de wedstrijd door de drukte niet eens een keuze is, maar een opgedrongen feit. In de eerste kilometers kan je gewoon niet harder door de hoeveelheid benen en voeten om je heen en is heel blijven je enige doel.

Als ik de Laan van Zuid op loop en na een aantal meters mijn juichende supporters voor het eerst tegenkom krijg ik langzaam wat meer ruimte en kan mijn eigen tempo gaan bepalen. Dit lukt aardig en de stramme kuiten waar ik mee begon verdwijnen als sneeuw voor de zon. Ik loop de eerste kilometers hierdoor heerlijk stabiel en krijg het volste vertrouwen op een goed afloop.

De kilometers door Zuid gaan stuk voor stuk voorbij en bij de Slinge zie ik voor eerst mijn supporters weer. Nog geen problemen op dit punt en loop lachend en zwaaiend voorbij. Bij de 20 kilometer weet ik dat de volgende supports voor mij klaar staan en ook hier loop ik lachend voorbij en voel ik mij top. In gedachte bedenk ik mij dat Zuid bijna gedaan is en de Erasmusbrug mij straks weer naar de kant van Rotterdam brengt waar ik al aardig wat meters heb gelopen.

Het 25 kilometerpunt voorbij en door! Het is warm en ik merk opeens dat ik daar last van krijg. Zoveel dat opeens mijn lichaam iets doet wat hij nog nooit heeft gedaan. Het doet pijn en doet niet meer wat ik wil. De benen stoppen en ik krijg ze niet meer vooruit. 26 kilometer even lopen, goed drinken en wat eten en weer door! Je bent hier niet gekomen om op Zuid te pletter te vallen maat!
Inmiddels weer aan het hardlopen is daar de 27 kilometer en de brug die mij naar de juiste kant van de Maas moet brengen. Met het laatste beetje energie en de warme zon als het zwaard van Damocles in mijn nek loop ik naar boven. Precies boven aan de brug geeft heel mijn lichaam aan dat het echt genoeg is en hier stoppen echt de enige optie is. In de laatste 2 kilometer ging ik van top, naar helemaal naar de klote en kon ik het naar mijzelf niet meer verantwoorden om door te lopen. Met pijn in mijn hart, maar volledig achter deze beslissing staande stap ik over de rand en loop naar het voetpad.

2 minuten sta ik daar stil en besluit om twee telefoontjes te doen. De eerste naar Miranda die met de rest van de supporters met de metro onderweg is naar de Blaak om mij daar weer te zien. “Ik ben er uit, ik zie je zo.”
Het tweede gesprek naar mijn vader die aangeeft dat het verschrikkelijk jammer is, maar ik ook trots mag zijn op het  feit dat ik ondanks de druk en de wil om hem te lopen kan zeggen: ik stap er uit het is goed zo.

Een marathon uitlopen is knap, maar uitstappen misschien nog knapper.

Met die woorden geef ik het voor nu een plekje. Volgend jaar een nieuwe kans?
Jazeker, Ik heb nog een appeltje te schillen met Rotterdam en het gezin heeft aangeven nog wel wat rek in de agenda te zien.

 

Reacties

%d bloggers liken dit: